
Het meest westelijke land van Europa dat zich over een lengte van 600 km
uitstrekt aan de Atlantische Oceaan en 200 km diep landinwaarts gaat,
waartoe ook de Azoren en Madeira behoren: dat is Portugal. Zijn
geografische ligging die de grote dichter Camões ertoe bracht om het in
zijn bekende episch gedicht Os Lusíadas te omschrijven als de plaats
waar het land ophoudt en de zee begint en zijn rebellie tegen de Spaanse
overheersing bestemden het voor tot ontdekkingsreizen via die zee.
Portugal dankt aan die zee en aan de durf van zijn zeevaarders, zijn
eigenheid als homogene natie, zijn inspiratie op het vlak van kunsten en
letteren, en zijn universele roeping. De zeereis van Vasco da Gama naar
Indië in 1498 betekent een mijlpaal in de geschiedenis van de mensheid
en leerde de wereld nieuwe werelden ontdekken. In het rollen van de
golven van de oceanen vond Portugal de inspiratie voor de mooiste
kunstmotieven van de zestiende eeuwse Manuelijnse stijl, waarvan het
klooster van de Hiëronymen in Lissabon en de Burcht van de Ridderorde
van Christus in Tomar de sprekendste voorbeelden zijn. Uit dit beeld
ontstonden de mooiste gedichten van onze grootste dichters, waaronder
Fernando Pessoa. Tevens ontstond vast en zeker aan boord van die schepen
tijdens de nachten vol heimwee naar het vaderland ons nationale lied, de
fado, door nostalgische vingers getokkeld op een Portugese gitaar.
Portugal bouwde een groot rijk uit, dat van de Portugese taal, verspreid
van Oost naar West. Vandaag verenigt de CPLP (de gemeenschap van de
portugeestalige landen) naast Portugal vijf Afrikaanse landen – Guiné
Bissau, Kaapverdië, Angola, São Tomé e Príncipe en Mozambique – Brazilië
en heel binnenkort Timor Lorosae. Alles samen spreken tweehonderd
miljoen mensen op deze aardbol Portugees.

De zee die de glorierijke geschiedenis van Portugal opbouwde, zal in de
twintigste eeuw echter ook de weg naar vernedering en wanhoop van de
Portugese natie betekenen wanneer Salazar zijn schepen vol wapens
uitstuurt om oorlog te voeren tegen de Afrikanen die hun recht op
onafhankelijkheid opeisten. Gegeseld door een achtenveertig jaar durende
dictatuur trok Portugal zich uit de wereld terug en putte zich uit in
hard en slecht betaald werk om een oorlog te bekostigen die het
onmogelijk kon winnen. De blinde politiek van Salazar verhinderde de
toegang tot onderwijs, wonen, gezondheidszorg, industriële en
landbouwontwikkeling en tot de eigen waardigheid. Tijdens de jaren
vijftig en zestig begonnen Portugezen uit het Noorden en het Zuiden,
vanuit het binnenland en van aan de kust met volle moed een andere reis.
Dit keer over land, bergen, dalen en rivieren die ze overstaken zonder
documenten, in de duisternis van de nacht, om zichzelf te verhuren in
vreemde landen waarvan ze de taal niet kenden, maar hen vrijgevig het
brood aanboden dat hun vaderland hen onthield.
Op 25 april 1974 namen de officieren van het koloniale leger moedig het
initiatief de langste Europese dictatuur omver te werpen. Ze beloofden
de oprichting van een democratische staat die zich kon ontwikkelen en
moderniseren op alle terreinen.
In
1986 sloot Portugal zich met Spanje bij de Europese Unie aan. Het
gebruikte met veel verdienste de gemeenschapsgelden voor de constructie
van wegen, scholen, ziekenhuizen, fabrieken en andere infrastructuren
van groot belang voor de ontwikkeling van een moderne staat. Het voerde
een strijd tegen analfabetisme, knoopte opnieuw vriendschapsbanden aan
met zijn ex-kolonies, wist het respect van de internationale gemeenschap
te winnen en zich met volle recht in het Europese continent te
integreren zonder echter zijn atlantische roeping te verliezen.
Portugal telt tien miljoen inwoners in het land zelf en bijna vier
miljoen die uitgezwermd zijn en die hun roeping van zwervers, van grote
openheid en humanisme, van dé Portugees blijven verzekeren vanuit de
landen in het Noorden van Europa, naar Afrika, Azië en Amerika.
ENTER |